Home » Grote beer, Poolster, Kleine beer

Grote beer, Poolster, Kleine beer

  • Hoppen
  • Technische info
  • IAU kaarten
  • Mythologie
De Grote BeerHet sterrenbeeld die het meest tot de verbeelding spreekt is de Grote Beer.  Waarschijnlijk omdat dit een heel helder sterrenbeeld is dat het ganse jaar zichtbaar is.  Het asterisme (* zie vorig artikel) van de Grote beer bestaat uit 7 heldere sterren.  Drie ervan vormen het bekende steeltje van de pan en zijn heel gemakkelijk te vinden wanneer men naar het Noorden kijkt.  Aan de steel van de pan hangt … de pan zelf.  De Grote Beer (lat. Ursa Major) bestaat uit nog meer sterren maar we houden het hier op de zeven helderste sterren.  Buiten de meest gebruikte naam STEELPAN heeft het nog heel wat andere benamingen, zoals CASSEROLE, SAUSPAN, BROEDKIP, GROTE POLLEPEL, WAGEN en SCHIP.

Poolster (Foto © Wikipedia)Hebben we eenmaal de Grote Beer gevonden dan ligt de weg naar de Poolster open.  De Poolster staat bijna pal in het Noorden en ligt in het verlengde van de aardas.  Veel mensen denken dat de Poolster de helderste ster aan de sterrenhemel is maar dit is niet zo.  Het leuke aan de Poolster is dat hij het ganse jaar op de zelfde plaats aan de hemel staat en dat alle sterren rond de Poolster draaien.  Na wat oefenen is de Poolster heel gemakkelijk te vinden.  Zoek gewoon de twee sterren van de Grote Beer die aan de andere kant van de steel staan.  Trek dan een denkbeeldige lijn door die sterren.  Wanneer men de afstand tussen die twee sterren vijf maal verlengd, belanden we bij de Poolster.

Eenmaal de Poolster werd gevonden hebben we meteen ook de Kleine Beer gevonden want de Poolster vormt het uiterste puntje van de ‘kleine’ steelpan.  De Kleine Beer lijkt dan ook als twee druppels op zijn grote broer maar is bijlange niet zo helder.  Men kan de Kleine Beer trouwens pas goed zien tijdens een heldere, maanloze nacht.

Hover over de afbeelding om een duidelijker beeld te krijgen

De Grote Beer

De Grote Beer

Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Grote Beer Ursa Major UMa Ursae Majoris

 

Zichtbaarheid Het gehele jaar door. Voor waarnemers in Nederland en belgië is het sterrenbeeld circumpolair. Het sterrenbeeld is zichtbaar tussen de 90-steen de -30-ste breedtegraad
Grootte In grootte is Ursa Major het 3-de sterrenbeeld
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Draco, Camelopardalis, Lynx, Leo Minor, Leo, Coma Berenice, Canes Venatici en Boötes
Meteorenzwermen Er zijn geen meteorenzwermen beschreven

 

Ster Naam Magnitude Afstand (lichtjaren)
α UMa Dubhe 4.78 123.8
β UMa Merak of Mirak 2.31 29.46
γ UMa Phad of Phecda 2.40 83.74
δ UMa Megrez 3.31 81.44
ε UMa Alioth 1.75 80.93
ζ UMa Mizar 2.21 78.22
80 UMa Alcor 3.96 81.20
η UMa Alkaid of Benetmasch 1.84 100.80
θ UMa Al Haud 3.15 43.99
ι UMa Talitha Borealis 3.09 47.80
κ UMa Talitha Australis 3.56 424
λ UMa Tania Borealis 3.43 135
μ UMa Tania Australis 3.09 249
ν UMa Alua Borealis 3.46 423.6
ξ UMa Alula Australis 3.78 23.81
ο UMa Muscida 3.34 183.8

De Kleine Beer

De Kleine Beer

Nederlandse naam Latijnse naam Afkorting Genitief
Kleine Beer Ursa Minor UMi Ursae Minoris

 

Zichtbaarheid Het gehele jaar door. Voor waarnemers in Nederland en belgië is het sterrenbeeld circumpolair. Het sterrenbeeld is zichtbaar tussen de 90-steen de -50-ste breedtegraad
Grootte In grootte is Ursa Minor het 56-de sterrenbeeld
Omgeving Het sterrenbeeld wordt omringd door Draco, Camelopardalis en Cepheus
Meteorenzwermen de Ursiden

 

Ster Naam Magnitude Afstand (lichtjaren)
α UMi Polaris (Poolster) 1.96 432.0
β UMi Kochab 2.06 126.7
γ UMi Pherkad 3.00 483.2
δ UMi Yildun 4.34 187.2

IAU kaart De Grote Beer

IAU kaart De Grote Beer

Grote Beer IAU kaart

IAU kaart De Kleine Beer

IAU kaart De Kleine Beer

 

Kleine Beer IAU kaart

 

Artemis (links) ontdekt de zwangerschap van Callisto. (Hendrick Goltzius)Griekse mythologie

In de Griekse mythologie gaat het hier om het verhaal van Lycaon en zijn dochter CALLISTO, opgenomen in de kring der bosnimfen, boezemvriendin van Artemis, de godin van de jacht. Artemis behoorde tot de twaalf goden van het Griekse Pantheon en is daar een dochter van de oppergod Zeus en Leto en tweelingzuster van Apollo. De Latijnse naam van Artemis is Diana.

Dit verhaal situeert zich in het begintijdperk van de mensheid, waarin wordt verhaald hoe de goden het mensengeslacht schiepen. Eerst was er een gouden geslacht, maar het verdween van de aarde. Dit geslacht werd verheven tot beschermgoden. Toen kwam er een zilveren mensengeslacht, maar dat was overmoedig en trots. Het verdween eveneens van de aarde maar leefde voort in het rijk der demonen.

Toen kwam er een bronzen geslacht. Het was koppig en ging in de strijd ten onder. Het verzonk in de diepten van de onderwereld. Toen schiep Zeus een nieuw bronzen mensengeslacht, maar ook dit was strijdlustig en ging ten onder. Toen het aardeleven van dit geslacht voorbij was, liet Zeus het verder bestaan op de Eilanden der Gelukzaligen.

Het vijfde mensengeslacht, het ijzeren, bestaat nog steeds. Het is het geslacht der sterfelijke mensen. Maar het gaf zich meer dan eens over aan slechte daden. Zo gebeurde het dat Zeus besloot in mensengedaante de aarde te bezoeken. Hij wilde zich ervan vergewissen of de roep over de slechtheid van de mensen terecht was. Maar wat hij op aarde ontdekte en meemaakte overtrof alle boze geruchten. Vooral zijn bezoek aan Lycaon, de Arcadische koning, gaf de doorslag. Zeus besloot daarom het ijzeren geslacht te verdelgen.

Zeus zwierf door het toen nog ongastvrije en ruwe Arcadië. Op een avond kreeg hij onderdak bij de om zijn wreedheid beruchte koning Lycaon. Hij liet meteen merken dat hij een god was. De aanwezigen waren vol ontzag voor hem, vielen op hun knieën en aanbaden hem. Lycaon was echter niet zo gesteld op dat vrome gedoe tegenover de goden. Hij bespotte de mensen die eraan meededen.

Hij twijfelde zelfs aan de woorden van Zeus, en nam zich voor de god op de proef te stellen. Snel wou hij te weten komen of de vreemdeling een god of een sterveling was. In elk geval was hij vast van plan om zijn gast te doden van zodra hij sliep.

Nu liet hij een gijzelaar slachten en liet het vlees van de man koken in water of braden boven het open vuur. Daarna zette hij het vlees aan Zeus voor als avondmaal. Maar Zeus doorzag de slechte bedoelingen van Lycaon. Andere bronnen stellen dat het Arcas zelf was, die werd geslacht door koning Lycaon. De alwetende Zeus besefte echter dat het voorgeschotelde vlees van zijn zoon was. Hij wekte Arcas terug tot leven. Na deze gebeurtenis werd Arcas de koning van het naar hem vernoemde Arcadië.

Zeus sprong op tafel en slingerde zijn bliksemschicht naar de burcht van de goddeloze koning. Lycaon gilde en als een dwaas vluchtte hij het veld en de wildernis in. Zijn geschreeuw ontaardde in gehuil. Zijn kleren vergroeiden tot ruige haren aan zijn huid. Zijn armen en benen werden poten. Zo metamorfoseerde hij de koning tot een bloeddorstige wolf. Zijn naam bleef voortbestaan in het Griekse woord “lykos”, dat wolf betekent.

Nu Zeus dit had meegemaakt, was voor hem de maat vol. Hij keerde terug naar de hoge Olympus en deelde zijn besluit aan de goden mee: hij zou stortregens over de aarde zenden zodat dit mensengeslacht volledig en voorgoed van de aarde zou verdwijnen.
Prometheus, de vriend van dit mensengeslacht, bracht twee godvrezende mensen van de nakende ramp op de hoogte, Deucalion en Pyrrha. Zij overleefden de zondvloed. Buiten het weten van de goden overleefden trouwens nog meer mensen deze ramp, zodat na de grote overstroming de aarde toch weer snel met mensen bevolkt raakte. Eén van hen was Callisto, een dochter van Lycaon.

CALLISTO  “DE ALLERSCHOONSTE”

Haar naam is afgeleid van het Oudgriekse καλλίστη / kallístê (“allermooiste”), de overtreffende trap van καλός / kalós (“mooi”).
Zij was het ware tegenbeeld van haar vader. Dit manifesteerde zich door het feit dat zij zich voornam om haar hele leven maagd te blijven en dit ook uitvoerde. Om die reden werd zij een boezemvriendin van Artemis, die een kuis leven ten zeerste waardeerde. Zo werd Callisto opgenomen in de kring der bosnimfen met wie zij door de bossen, langs rivieren en over gebergten zwierf. Hun vermaak bestond uit jagen en dansen.
Hoezeer Zeus ook door de daden van haar vader vertoornd was geweest, toch werd hij getroffen door de schoonheid van Callisto. Hij bespiedde haar al een tijdje en werd verliefd op Callisto, wat altijd gebeurde als hij een mooi meisje zag. Hij vroeg zich af hoe hij bij haar kon komen, want Diana en haar nimfen dulden geen man in hun nabijheid. Jupiter bedacht een list: hij verscheen haar in een droom in de gedaante van Artemis, hij omhelsde haar en maakte haar zwanger. Callisto dacht dat het een droom was.
In een andere versie nam hij ook de gedaante van Artemis aan en kwam bij Callisto. Die lag in het lommerrijke bos te rusten. In zijn vermomming slaagde Zeus erin om haar heel dicht te naderen zonder dat Callisto argwaan kreeg. Maar toen hij bij verdere toenaderingspogingen zijn  ware gedaante toonde, verzette Callisto zich hevig. Zij was woedend om het bedrog dat Zeus pleegde, maar was tegen zijn macht en kracht niet opgewassen. Zo verbrak zij haar belofte en was niet langer maagd.
Ze probeerde haar aanranding geheim te houden maar vlug werd duidelijk dat ze zwanger was. Op een hete dag zochten de nimfen verkoeling bij een meer in het bos. Ze legden hun gewaden af en, nu zij onbedekt was, zagen de anderen wat er met Callisto aan de hand was. Artemis ontstak in woede omdat Callisto haar gelofte gebroken had en joeg haar de wildernis in. Daar moest zij blijven rondzwerven en haar kind baren. Het was een jongetje, dat zij Arcas noemde.
De verbanning door Artemis was al een voldoende zware straf. Callisto kreeg ook te maken met de woede van Hera. De ontrouw van haar echtgenoot moest gewroken worden. En op wie kon ze zich het gemakkelijkst wreken? Op de onschuldige Callisto natuurlijk. De jaloerse Hera veranderde haar in een angstaanjagende berin, met een lange snuit en gevaarlijke tanden, sterke poten en klauwen, die een mens aan stukken konden rijten.
Arcas bestemde zij voor om de wraak ten slotte helemaal te voltrekken. Hij zou een jager worden en in die hoedanigheid op de berin jagen, zodat Callisto door haar eigen zoon, vrucht van de overspelige Zeus, zou omgebracht worden.
Zeus nam Arcas onder zijn hoede omdat hij niet akkoord ging met de intentie van Hera. Hij liet het kind opvoeden door Maia, één van zijn vroegere geliefden. Zij was de oudste dochter van Atlas en Pleione. Men noemde hun zeven dochters dan ook de Pleiaden of Plejaden.  (Maia, Elektra, Taigete, Alcyone, Merope,Celaeno en Sterope). Omdat hun vader Atlas was, werden ze soms ook de Atlantiden genoemd.
Callisto en haar zoon ArcasZij komen ook voor in het verhaal over de Plejaden, want net als Callisto en Arcas zijn zij aan de hemelkoepel opgenomen. De Plejaden (Zevengesternte) (M45) is een open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier (Taurus). Door haar afkomst is Maia ook verbonden met de geschiedenis van de sterrenbeelden Kleine Beer en Draak.
Arcas groeide op en werd als volwassen man een moedig jager. Op een dag gebeurde het dat hij een berin achtervolgde. Nu gebeurde er iets vreemds. De berin rende niet weg, zoals beren meestal doen, maar richtte zich op om in de ogen van Arcas, die vlak voor hem stond, te kijken. Het was Callisto, die haar kind herkende. De jager wist echter niet dat de berin zijn moeder was en pakte zijn pijl en boog om de beer dood te schieten. Zij herkende haar zoon en probeerde tot hem te spreken, maar het enige dat uit haar mond kwam was een vreselijk gebrul.
Callisto slaagde erin hem steeds vóór te blijven en ten slotte een tempel van Zeus binnen te vluchten. Zo ontdekte Zeus wat er aan de hand was. Doordat hij begaan was met het lot van Callisto, kon Zeus niet toestaan dat zijn eigen zoon een moedermoordenaar zou worden. Net toen Arcas de berin weer op het spoor gekomen was en besloot om haar te doden, greep Zeus in. Zeus nam de hand van Arcas om te verhinderen dat hij zijn eigen moeder zou doden.
Zeus riep een krachtige stormwind op en voerde beiden omhoog tot in de sterrenhemel. Daar kregen zij, dicht bij de hoogste der sterren, hun plaats. Callisto werd de Grote Beer (Ursa Major) en Arcas de Kleine beer (Ursa Minor). Ze staan dicht bijeen aan het firmament, Arcas nog steeds jagend op de berin zonder haar ooit te kunnen naderen of treffen.
Beeld van Artemis in het LouvreHera was woester dan ooit tevoren. Niet alleen kon Callisto zich nu beroemen op een kind van Zeus, maar schitterde ze zelfs aan de nachtelijke hemel. In haar woede en frustratie deed ze beroep op de Titanen Oceanus en Tethys (godin van de zee). Tethys heerste over de legendarische bronnen van de rivier Oceanus (haar broer en echtgenoot). Dat Hera beroep deed op Tethys lijkt een logische keuze. Hera werd namelijk opgevoed door Tethys tot zij bereid was om de oppergod Zeus te huwen.
Ze vroeg de Titanen een manier te vinden om te verhinderen dat de Grote Beer ooit achter de horizon zou verdwijnen in het verfrissende water van de oceaan. Deze willigden Hera’s verzoek in en vervloekten de sterrenbeelden, zodat zij eeuwig rondjes moesten draaien in de hemel, zonder ooit onder de horizon te verdwijnen. Zo komt het dat de Grote Beer nooit ondergaat, maar één van de circumpolaire sterrenbeelden is.
Een ander verhaal vertelt dat de Grote en de Kleine beer Ida en Adrasteia zijn, de twee nimfen die Zeus in zijn jeugd voedden op de berg Ida in Kreta en als dank daarvoor aan het firmament zijn geplaatst.

GEEN BEER MAAR EEN WAGEN IN DE INDISCHE MYTHOLOGIE

Zoals in enkele zeer bekende sterrenbeelden vallen ook in de Grote Beer zeven sterren op. Wij zien daarin het beeld van een beer, tenminste de staart en de rug van de beer, want er zijn nog veel meer sterren in dit sterrenbeeld die tezamen een volledige beer vormen. De Indiërs zagen in die zeven sterren geen beer, maar zeven wijzen, de zeven rishi’s of de zeven heilige leraren.
In oeroude tijden ontbrandde een strijd tussen de verheven goden, aangevoerd door Indra en de machten van het rijk der diepte, onder leiding van de vorst der duisternis Vritra. De zeven rishi’s kregen Vritra zo ver dat hij vrede wilde sluiten. Hij stelde echter voorwaarden. Niemand of niets mocht hem aanvallen, niet met iets droogs, niet met iets nats, niet met stenen noch met hout, niet met een wapen, niet met een werptuig, niet bij dag en niet bij nacht. In naam van Indra zwoeren de zeven rishi’s dat de belofte zou nagekomen worden. Zo werd er vrede gesloten en van dan af bestuurden beide grootmachten, Indra en Vritra, de werelden.
Indra was niet gelukkig dat hij samen met de god van de duisternis moest regeren en zocht naar een middel om de alleenheerschappij te heroveren. Op een avond stond hij samen met Vritra op het strand. Zij keken naar de door duistere wolken omgeven ondergaande zon, die haar laatste zwakke stralen over de zee uitstrooide. De schemer trad in. De wind had het schuim van de zee tot een hoge muur opgestuwd. Indra keek ernaar en dacht aan de voorwaarden die Indra had gesteld.
“De schemering is niet de dag en niet de nacht, het schuim is niet nat en niet droog, het is niet van steen en niet van hout, het is geen wapen en geen werptuig. Schuim is het middel om mijn vijand te vernietigen.” Daarop stootte hij Vritra in het schuim, waardoor deze stikte.
De hemel klaarde op en de zon scheen weer. Sterren en maan keken weer vriendelijk neer op de aarde. Een koele bries waaide over de zeeën en de landen. Alle goden verschenen en prezen hun vorst Indra.
Indra kreeg snel wroeging en schuldgevoelens omdat hij zijn belofte had gebroken. Hij werd depressief en verloor alle kracht en moed. Hij vluchtte naar het einde van de wereld en verborg zich in de stengel van een lotus. Niemand wist waar hij was. Na zijn verdwijning verloor de wind zijn kracht. Hij kon geen wolken meer voortstuwen zodat het niet meer regende. Beken en rivieren hielden op met stromen omdat hun bronnen uitdroogden. Daarna verdorde het gras en stierven de bomen. De wereld kende nog slechts dood en ellende.
De goden gingen bij de zeven rishi’s te rade. Drie dagen lang duurde hun overleg. Hun raad was: “Kies een nieuwe wereldkoning, alles en allen zullen aan hem onderworpen zijn.” De rishi’s en de goden waren met dit besluit tevreden. Maar opdat er niemand onder hen jaloers zou worden, besloten ze geen god tot wereldkoning te kiezen, maar een mens. De keuze viel op Nahoesja, de meest edele en rechtvaardige koning die in die dagen op aarde woonde.
Nahoesja was eerst niet bereid die taak op zich te nemen, omdat hij van mening was dat een mens nooit aan de verplichtingen van het ambt kon voldoen, maar de rishi’s overtuigden hem. Ze zouden zichzelf strenge boetedoeningen opleggen om hem te ondersteunen, wat gebeurde.
Maar amper zat Nahoesja op de verheven troon of al zijn deugden smolten als sneeuw voor de zon. Hij zat op zachte kussens in wolken van de heerlijkste parfums, omringd met de mooiste en lieftalligste godinnen. Hij liet zijn omgeving verfraaien door kunstenmakers op bokkenpoten en luisterde naar verderfelijke verhalen. Zonder beperking zwolg hij de hemelse genoegens in, totaal mateloos. Hij verdeed zijn tijd met nutteloos spel. En hij begeerde steeds meer.
Op een dag ontmoette hij Satsji, de echtgenote van Indra. Verblind door eigen waan riep hij haar toe dat hij nu Indra was, meester over mensen, goden en machten. “Zet je naast me neer, Satsji, zei hij, en blijf aan mij zijde, want jouw plaats is hier!” En hij verlangde dat zij hem in alles ter wille zou zijn. Satsji schrok van deze verlangens van Nahoesja en vluchtte naar de zeven rishi’s.
Nahoesja was woest en verkeerde in alle staten omwille van de afwijzing en de vlucht van Satsji. Hij ging zodanig tekeer dat de hele wereld daverde. De hemelse goden snelden toe om Nahoesja te kalmeren: “Edele heerser, zeiden ze, hou toch op met deze verschrikkelijke toorn, die helemaal niet bij u past. Satsji is de gemalin van Indra, begeer haar niet, want je zou haar daarmee tot echtbreuk dwingen. Wend je toch tot een andere vrouw die zich ten volle aan u kan wijden.”
Nahoesja wist echter meer van Indra dan de goden eerst wilden bekennen. Hij wist dat Indra ooit  overspel had gepleegd en zich aan een vrouw had vergrepen. Hij reageerde dan ook furieus en riep: “Waarom zijn jullie toen niet in opstand gekomen tegen Indra?”
De goden vreesden de woede-uitbarstingen van Nahoesja en gingen te rade bij de zeven rishi’s. Zij probeerden hen ervan te overtuigen om Satsji toch maar naar Nahoesja te laten vertrekken, zodat zijn toorn zou milderen. Maar de rishi’s gaven niet toe, ze hadden namelijk al overlegd hoe ze Nahoesja zouden onttronen. “Laat Nahoesja maar razen en tieren, zeiden ze, weldra zal hij zichzelf door zijn razernijen en begeerten in het verderf storten. Dan zal Indra wel terugkeren op zijn hoge hemeltroon.”
De zeven rishi’s gaven de volgende raad mee aan de goden: “Satsji moet aan Nahoesja laten weten dat ze bereid is om tot hem te komen, op voorwaarde dat hij haar zelf komt halen. Indra, haar goddelijke echtgenoot, had haar vroeger ook bij haar thuis afgehaald met een wagen getrokken door paarden. Nahoesja moet echter laten zien dat hij machtiger is dan Indra en hij moet haar afhalen in een wagen getrokken door ons, de zeven rishi’s. Want slechts dan zal Satsji zich laten overtuigen om naar hem te komen.”

De goden haastten zich naar Nahoesja en brachten de boodschap over. Vol trots riep hij uit dat dit een eervolle opdracht was en dat hij haar aanvaardde en zou volbrengen. “Rijden zoals nog nooit iemand anders heeft gereden!” riep hij, “Dat is pas rijden! Ik ben de machtigste, want niemand heeft in een wagen gereden, getrokken door de zeven rishi’s!”
Nahoesja liet onmiddellijk een wagen in gereedheid brengen en zond een boodschapper om de zeven rishi’s te halen. Hij liet hen, op hun verzoek, eerst een offer brengen, en spande hen dan in. Wat Nahoesja echter niet wist, was dat de Rishi’s in de vlam van het offer de god Agni hadden zien verschijnen. Ze hadden hem de opdracht gegeven de hele wereld te doorzoeken naar Indra.
In een oogwenk was Agni weergekeerd maar had Indra niet gevonden. Dat kwam omdat Agni wel in de lucht en op de aarde had gezocht, maar niet in het water, waarvoor hij bevreesd is.  Toen hadden de zeven Rishi’s hem echter zoveel moed ingesproken dat Agni opnieuw op zoek ging en bereid was om in het water af te dalen. Daar ontdekte hij Indra in de stengel van een lotusbloem.
De zeven Rishi’s hadden toen alle goden ontboden bij het water waarin de lotusbloem groeide. Zelf gingen ze naar Nahoesja om zijn  wagen te trekken. De goden zongen en prezen de heldendaden en de grote kracht van Indra. Die hoorde dat en voelde hoe hij daardoor sterker werd en er zich een grote kracht in hem ontwikkelde. Ten slotte was hij voldoende opgeknapt om de lotusbloem te verlaten.
De goden knielden vol eerbied neer voor hem en zeiden: “We hebben een grote vergissing begaan door de mens Nahoesja tot wereldheerser aan te stellen. Nu heeft hij zijn zinnen gezet op uw lieftallige eega Satsji en eist hij dat zij zijn vrouw wordt. Daarom, Indra, verhef u en straf de misdadiger.”
Nu besteeg Nahoesja de wagen en liet hem door de zeven rishi’s aan de hoge hemelbaan omhoogtrekken om Satsji te halen. De goden smeekten Indra om Nahoesja omwille van zijn hoogmoed te straffen.” “Hoe kan ik Nahoesja straffen?” zuchtte Indra. “Hij die rijdt in de Hemelwagen, getrokken door de zeven heilige rishi’s. Wie is er machtiger dan Nahoesja? Tegenover hem ben ik klein en nietig en krachteloos!”
Maar de tocht met de Hemelwagen verliep niet helemaal naar de wens van Nahoesja. De zeven rishi’s trokken de wagen niet snel genoeg. Hij werd ongeduldig en liet de zweep knallen. Hij begon te tieren en te schreeuwen: “Luilakken, kruip niet zo!” Hij gaf de oudste der rishi’s een schop om hem tot grotere spoed aan te zetten, maar daarmee had hij de uiterste grens overschreden. De zeven rishi’s hielden halt, keerden zich om naar Nahoesja, strekten hun handen naar hem uit en vervloekten hem. “Wees een slang en kruip!” riepen ze.
Door de kracht van de vervloeking stortte Nahoesja uit de wagen en viel in de hemelruimte. Daar, als een herinnering aan zijn misbruikte macht, bleef hij aan het hemelgewelf hangen. Tot op de dag van vandaag is hij daar te zien als het sterrenbeeld Slang. Ook zijn wagen is er te vinden, het is het sterrenbeeld Wagen of Grote Beer. En ter herinnering aan hun wijze daad staan de zeven rishi’s er afgebeeld als de zeven helderste sterren van het sterrenbeeld.
Indra moest, vóór hij weer op de hemeltroon kon plaats nemen, boete doen voor zijn tekortkomingen. Maar omdat de wereld niet zonder hemelheerser kon, was de wereld bereid om die boete op zich te nemen. De bergketens namen een derde van de boete op zich. Dat is de reden waarom ze grijs en grauw zijn en vol diepe kloven en scheuren en ravijnen. De bomen namen ook een derde van de boete op zich en dat is de reden waarom zij dorre takken dragen in hun kruinen en vermolmt hun hout als ze gestorven zijn. De vrouwen onder de mensen namen ook een derde van de boete op zich en daarom hebben zij elke maand hun vloed.
Dankzij het offer van bergen, bomen en vrouwen werd Indra weer geheel rein en steeg hij op tot hoog boven de wolken in de verblijven der goden. En daar troont hij opnieuw, naast Satsji gezeten op zijn troon, als hoogste machthebber van de schepping.

EEN BEER MET EEN LANGE STAART

De Grote Beer in de Indiaanse mythologieDe Kleine Beer in de Indiaanse mythologieDit verhaal verklaart niet waarom de beer zo’n lange staart heeft; gewone beren hebben maar een heel klein stompje. Hiervoor geeft een andere Indiaanse legende een aardige verklaring.  Ergens in een bos, waar de bomen ’s nachts konden lopen, liep eens een beer tegen zo’n boom. Deze boom, een eik, werd boos en greep naar de beer, maar hij kon alleen de staart van de beer vastgrijpen. De beer rende weg, maar de boom hield vast. Zo liepen ze tot het begin van de morgen achter elkaar en de staart van de beer werd steeds verder uitgerekt. De boom zag dat hij de beer toch niet te pakken kon krijgen en hij moest bovendien terug naar zijn plaats. Toen gaf hij zo’n slinger aan de staart van de beer, dat deze tussen de sterren terecht kwam, met lange staart en al.

HET SCHIP VAN SINT PIETER

Julius SchillerZoals reeds vermeld draagt de Grote Beer diverse namen. In de Christelijke voorstelling spreken we over het schip van Sint Pieter. Op het einde van de 16de E. , toen de belangstelling voor de astronomie hoog oplaaide, meende de katholieke kerk ook hier aan kerstening te moeten doen. De astronoom Julius Schiller hertekende de hele hemelkaart en gaf alle sterrenbeelden Bijbelse of christelijke namen. Hij hertekende ook alle sterrenbeelden, maar een groot succes is zijn werk niet geworden.
In zijn Coelum Stellatum Christianum van 1627 staan de twaalf tekens van de Dierenriem voor  de twaalf apostelen. De Draak werd de moord op de Onnozele Kinderen. Hercules werd Driekoningen. Pegasus werd de engel Gabriël. Als hoogste aan de hemel troont de aartsengel Michaël met het vlammende zwaard in de ene hand, de weegschaal in de andere. Michaël was ooit de Kleine Beer.
In 1660 gaf Andreas Cellarius in Amsterdam zijn “Atlas Coelestis seu Harmonia Macrocosmica” uit. Hierin is de Grote Beer getransformeerd tot het schip van de heilige Petrus. Het beeld is afkomstig uit het verhaal over de wonderbare visvangst. Maar misschien verwijst het ook naar dat schip dat ook wel eens vereenzelvigd wordt met de katholieke kerk zelf. Het is het schip dat allen veilig naar de enige hemelse haven kan voeren, waar de toegang bewaakt wordt door de heilige Michaël, de “wachter aan de poort”.

NIET EEN BEER OF EEN WAGEN, MAAR EEN PLOEG. 

Dit sterrenbeeld wordt ook de Ploeg genoemd, en dan vooral in Engeland. Het ziet er dan zo uit: de drie sterren op een rij (Benetnash, Mizar en Alioth) zijn het span ossen dat de ploeg trekt. De vier sterren van het trapezium (Megrez, Dubhe, Merak, Phekda) vormen de ploeg. Dit beeld was onder deze vorm reeds in de klassieke Oudheid bekend. De ossen die de ploeg trekken heetten er “Triones”.
De naam van het volledige sterrenbeeld werd daarvan afgeleid en verwees tevens naar het aantal sterren: SEPTENTRIONES, ‘de zeven sterren en/van de drie’. Met de drie ossen voor de ploeg wordt tevens verwezen naar het sterrenbeeld Ossenhoeder, dat we ook kennen als Boötes. Al heeft Boötes als dusdanig in de mythologie niets te maken met een beer of een ploeg. Maar de helderste ster van dit sterrenbeeld is de ster Arcturus. Arcturus is Arcas, de zoon van berin Callisto. Van jager op zijn moeder is hij nu hoeder van ossen geworden. En om de verwarring tussen jager en hoeder nog wat groter te maken wordt hij ook wel eens ‘Hoeder van de Beer’ genoemd.
De Oud-Latijnse naam Septentriones ligt aan de oorsprong van de aardrijkskundige benaming voor het noorden. In het Nederlands niet zo bekend, maar in het Frans en het Engels wel, en tot op vandaag in gebruik. Op oude land- en hemelkaarten vind je meer dan eens de naam Septentrio om het noorden aan te duiden.

Septentrio en Polaris zijn twee benamingen voor het noorden. De eerste duidt op de zeven sterren van het sterrenbeeld Ploeg die dicht om de Poolster draaien. Dankzij hen vind je dus gemakkelijk het noorden. De tweede benaming houdt verband met de Poolster. Die maakt deel uit van het sterrenbeeld Kleine Beer en duidt bijna perfect het werkelijke noorden aan. Of laat zien waar het verlengde van de aardas te vinden is.
Er is nog een derde naam ARCTICA. Die duidt ook de gebieden aan die in de buurt van de Noordpool liggen. Ook deze naam is verwant aan en afgeleid van het sterrenbeeld Grote Beer.
Het land waaruit die beer afkomstig was, bevindt zich in Arcadië in Griekenland, het noorden van de Peloponesos. Het is het mooie en landelijke en volgens dichters lieflijke Arcadië. Dat land werd genoemd naar Arcas.
Het is ook deze Arcas die zijn naam heeft gegeven aan wat wij nu kennen als Arctica, het poolgebied in het noorden. Als tegenpool kennen we dan ook Antarctica, het zuidpoolgebied dat dus in feite heet: Tegen-Arcas. Of tegenovergestelde van Arcadië. En dat is ook zo.

DE GROTE BEER : EEN LIJKBAAR IN ARABIË.

LeyenosamaDaar is dit sterrenbeeld geen beer, maar een lijkbaar. Sommigen noemden het een doodskist. Die is dan ook nog eens vergezeld van klaagvrouwen. De Arabieren zagen in de drie sterren die bij ons de staart van de beer vormen drie klagende en rouwende vrouwen. Samen met de baar vormen ze een plechtige lijkstoet die traag omheen de Poolster trekt. De Poolster was Al Jadi, de moordenaar van Al Na’ash. En de drie weeklagende vrouwen zijn de dochters van Al Na’ash. Zij voeren het lijk van hun vader mee en trekken zo klagend rondom Al Jadi, zinnend op wraak. Voor de Arabieren is dit sterrenbeeld een voorbeeld van traagheid, zelfs van luiheid. Omdat het zo traag om de Poolster draait. Een groot verschil met die andere visie waarin men de sterren van dit sterrenbeeld ‘dansers om de hemelpool’ noemt.

X